De Vertrouwenspersoon

In een ideale wereld bestaan er geen problemen, doet iedereen wat hij moet doen en heeft niemand last van een ander. De realiteit is anders. Op kantoor, op school, in de zorg, de hulpverlening, vrijwilligerswerk en in de sport, overal waar mensen samen zijn, komen ook ongewenste omgangsvormen en integriteitsschendingen voor.

Vaak is het voldoende om hierover met elkaar in gesprek te gaan, al dan niet met hulp van een derde, zoals de leidinggevende of een vertrouwenspersoon.
Maar soms is in gesprek gaan niet de juiste oplossing, bijvoorbeeld omdat het gebeurde daarvoor te ernstig is. In dat geval is het tijd voor een andere stap: een klacht over ongewenste omgangsvormen of het melden van het vermoeden van een ernstige misstand. En in het geval van een misdrijf het doen van aangifte bij de politie.

Werknemers zullen alleen een klacht of melding indienen als ze zich hiertoe veilig genoeg voelen. Als ze erop vertrouwen dat het indienen van een klacht of doen van een melding geen negatieve gevolgen heeft voor de functie of positie binnen de organisatie. Het is een taak van de werkgever om hiervoor te zorgen. Dit is in het belang van werknemer en werkgever. Het aanstellen van een deskundige vertrouwenspersoon helpt hierbij.

Ongewenste omgangsvormen:
agressie, geweld, discriminatie, pesten/mobbing en (seksuele) intimidatie

Misstand / integriteitsschending: 
schending van wettelijke voorschriften of beleidsregels; gevaar voor de gezondheid, de veiligheid of het milieu; onbehoorlijke wijze van handelen of nalaten van handelen.
Voorbeelden zijn corruptie, verspilling, misbruik van bevoegdheden, diefstal, fraude, verduistering, belangenverstrengeling