Naomi, voor even de meest dappere vrouw van het decennium (…en wij moeten iets recht zetten…)

Als directie van De Vertrouwenspersoon schrijven wij altijd een voorwoord voor de jaarverslagen. Dit jaar stond daarin de volgende passage:

‘Het lijkt erop dat het belang van (sociale) veiligheid, waar een vertrouwenspersoon een cruciale rol in speelt, op het werk maar zeker ook in de maatschappij als geheel, inmiddels de aandacht krijgt die het verdient. We zagen massieve verontwaardiging over de onveiligheid die vrouwen op straat moeten ervaren, en alle aandacht voor de Epstein files leert ons dat wat vroeger redelijk geaccepteerd leek te zijn, nu vrij algemeen wordt gezien als zeer ernstig wangedrag.’

Dit soort passages zijn spannend. Hoewel onze publieke toonzetting doorgaans nogal zakelijk is, kiezen we er een enkele keer voor om wat minder ‘middle of the road’ te formuleren. Wij zijn immers ook mensen, en voelen soms oprechte betrokkenheid bij de thema’s die in ons werk voorbij komen. Dat we daarbij soms iemand voor het hoofd stoten, dat hoort erbij. Maar dat mag dan niet het gevolg zijn van een misverstand. Als we op deze manier over beladen thema’s schrijven realiseren we ons dat het belangrijk is om heel exact onder woorden te brengen wat we bedoelen. De boodschap mag niet ambigu zijn.

Maar dat was hij in dit geval wel. Een opdrachtgever stoorde zich aan de suggestie, dat gedrag zoals dat van Epstein en consorten vroeger redelijk geaccepteerd was. En vond dat dit gedrag vroeger ook al sterk af te keuren was. Voor alle duidelijkheid: die mening delen wij sterk. Maar toen we het stukje op basis van de feedback van de klant opnieuw lazen moesten we toegeven dat je het anders zou kunnen lezen.

Wat we hebben willen zeggen is, dat slachtoffers van seksueel geweld of misbruik in de laatste jaren gelukkig veel serieuzer worden genomen. In organisaties speelt een goed opgeleide professional hierin een belangrijke rol. Een opleiding vertrouwenspersoon leert hoe je slachtoffers op de juiste manier begeleidt. En dat is dan weer gebaseerd op onze ervaringen van vóór #Metoo, toen we te vaak meemaakten dat slachtoffers werden genegeerd, niet werden geloofd, zelf door het mechanisme van ‘victim blaming’ de schuld kregen of onder het mom van ‘mag er hier nu niets meer’ werden weggezet als zeurpieten. En dat bestuurders in hun handelingsverlegenheid niet verder kwamen dan slachtoffers van schokkend seksueel misbruik koeltjes te wijzen op de mogelijkheid van het indienen van een klacht. Ook de trauma’s die door deze mechanismen ontstonden hebben we gezien. We wilden in ons voorwoord zeggen dat dit soort gedrag tegenwoordig gelukkig in bredere kring wordt gezien als zeer ernstig wangedrag, óók in retrospectief. Maar dat is zoals gezegd niet bij iedereen zo overgekomen.

Toen we nadachten over hoe we dit moesten rechtzetten, gebeurden er ineens een aantal dingen die ons ook zonder feedback deden beseffen dat we ook met het laatste zinsdeel (‘…nu vrij algemeen wordt gezien als zeer ernstig wangedrag’) de plank een beetje hebben misgeslagen. Niet wat de kern van waarheid betreft, want die is er wel degelijk: wat vroeger de broodnodige aandacht niet kreeg, wordt nu vaker begroet met verontwaardiging. Dat meenden we te zien in het algemeen. Maar is dat wel zo? Of gebeurt dat misschien alleen in onze bubbel? Want de actualiteit maakt ons ineens pijnlijk duidelijk dat niet iedereen die ervaring zal hebben.

Filmmaker Julie Ng bijvoorbeeld, zal dat optimisme niet herkennen. Het verhaal is bekend. Zij werkte tien jaar aan de met De Kristallen Film bekroonde documentaire over de Chinees-Indische restaurantcultuur in Nederland. In een telefonisch interview met Ruud de Wild en Lauren Verster op NPO radio 2, die niet de moeite hadden genomen de documentaire te bekijken, werd zij onverwacht geconfronteerd met kinderachtige stereotypen over babi-pangangsaus en de grootte van loempia’s.

In de daaropvolgende discussie stelde Florent Luyckx, manager audio van de verantwoordelijke omroep POWNED, dat het programma ‘niet puur journalistiek’ was. De competenties van Ruud de Wild kennende is dat zeker waar, maar in feite stelt Luyckx hiermee dat Ng had moeten weten wat ze had kunnen verwachten. In de open brief van de stichting Meer dan Babi Pangang d.d. 17 maart jl. is niet onterecht gesteld dat hiermee de aandacht, of zelfs de schuld, wordt geleid in de richting van het slachtoffer en dat dit zou kunnen worden aangeduid als ‘gaslighting’.

Dat het nog veel platter kan, dat werd ons in de dagen daarna in herinnering gebracht. Aziatische Nederlanders, onder wie Rui-Jun Luong van de stichting Asian Raisins, wezen erop dat discriminatoire uitlatingen over mensen met een Aziatische afkomst van alle tijden zijn. Wat te denken van het carnavalslied ‘Voorkomen is beter dan Chinezen’, tijdens coronatijd? Of het (verzonnen) liedje ‘Hanky Panky Shanghai’, dat op lagere scholen wordt gezongen? En wat is er gelachen om Gordon, die tijdens een talentenjacht aan een Chinese kandidaat vroeg welk nummer er gezongen zou worden: ‘Nummer 39 met rijst?’.

Wie zich ook niet zal herkennen in de stelling dat er tegenwoordig met meer respect wordt omgegaan met slachtoffers van ongewenst gedrag, in dit geval seksueel wangedrag, is Naomi. De Naomi van het schrijverskamp, die aangifte tegen Ali B. deed vanwege vermeende aanranding en verkrachting. We laten haar advocaat (zoals vertolkt door media) aan het woord:

‘Ze werd online uitgemaakt voor slet, psycho, stalker, afgelikte boterham en hoer. Drie dagen na de rechtszaak stond het portiek van haar huis in brand.’ (AD, 24 maart 2026)

‘En werd gevoelige informatie (haar adres, dus doxing, red.) op een muur van het huis van haar ouders gekalkt. Naomi is inmiddels drie keer verhuisd en verbleef ook enige tijd in het buitenland.’ (Weekend, 24 maart 2026)

‘In ‘RTL Tonight’ zei Bernard Sprenger (advocaat Naomi, red.) maandagavond 30 maart jl. dat Naomi twee weken geleden bij de rechtbank in Den Haag was, toen iemand naar haar riep: “Jij bent toch van die valse aangifte tegen Ali B?” Naomi zou daarop hebben geantwoord dat Ali niet vervolgd zou worden als de aangifte vals was. Daarna is zij volgens de advocaat in elkaar geslagen.’ (Party.nl, weergave door RTL Tonight)

Het voelt als bijna ongepast, ons te willen verdiepen in de beweegredenen van mensen die dit soort daden plegen. Feit is wel dat we ons vanaf het begin van deze zaak realiseerden hoe kwetsbaar Naomi zich opstelde door aangifte te doen. Ze moet hebben geweten dat daardoor erg intieme details van haar seksleven op straat zouden komen te liggen. En dat dit reacties zou kunnen oproepen.

Wat is namelijk het geval. Toen Ali B. Naomi met één of meer vingers penetreerde (zonder consent) was zij (met consent) Ronnie Flex oraal aan het bevredigen. Daarna heeft zij nog (met consent) seks gehad met een andere man. En uiteindelijk heeft zij, omdat zij niet meer wist hoe zij nog weerstand kon bieden, ook Ali B. oraal bevredigd. Uit zichzelf. Maar of dat consent kan worden genoemd? (ECLI:NL:RBNHO:2024:7052).

Het staat eenieder vrij iets van het seksuele gedrag van Naomi tijdens dat schrijverskamp te vinden. Zolang ook maar duidelijk is dat het Naomi volstrekt vrijstond om dit allemaal te doen. Dat mag gelukkig in Nederland. En de bevredigde heren zijn op social media, voor zover wij weten, nog niet voor slet uitgemaakt, noch is hun huis in brand gestoken noch zijn zij gedoxt.

Naomi leert ons een lesje in consent. Ze leeft haar seksuele vrijheid en zet de grens waar hij hoort: daar waar zij al dan niet instemt. Dat doet ze publiekelijk. Dat is indrukwekkend en dwingt respect af.

We beschrijven hier de lotgevallen van maar één van de dames die aangifte deden. Jill Helena en Ellen ten Damme ging het niet veel beter af. En als we Naomi de ‘meest dappere vrouw van het decennium’ noemen gaan we uiteraard voorbij aan de moed van Gisèle Pelicot. En aan de moed van vele vrouwen. Een ranglijst past hier natuurlijk ook helemaal niet. Het is ons er vooral om te doen Naomi, al is het maar voor één dag, een hart onder de riem te steken. Want dapper is ze.

En wat ons voorwoord in het jaarverslag betreft: gelukkig lieten we de nu ongelukkig gebleken passage volgen met:

‘Overigens zagen we ook een tegenbeweging: vooral jongens zijn in toenemende mate gevoelig voor de ‘manosphere’, met een bijbehorend vrouwbeeld dat sinds de jaren ’50 van de vorige eeuw uitgebannen leek te zijn.’ 

Waarvan akte. We zullen voortaan beter op onze woorden letten.

Onderwijs special

Vertrouwenspersoon in het onderwijs: wetgeving en sociale veiligheid uitgelegd

In deze blog besteden we speciale aandacht aan het onderwijs. Interessant voor zowel de vertrouwenspersoon als voor schoolleiders en HR-medewerkers die werken aan sociale veiligheid.

Er zijn twee actuele redenen om het onderwijs uit te lichten: seksueel wangedrag door docenten en de onduidelijkheid rondom de Wet vrij en veilig onderwijs.

Seksueel wangedrag in het onderwijs: hoe kan dit gebeuren?

Met regelmaat verschijnen berichten over docenten die zich schuldig maken aan seksueel wangedrag. De vraag die vaak gesteld wordt: hoe kan dit zo lang doorgaan?

In de praktijk blijkt dat bewijs lastig te leveren is. Meldingen zijn vaak gebaseerd op één-op-één situaties, waarbij bewijs ontbreekt of achteraf wordt verwijderd.

Daarnaast speelt mee dat collega’s signalen soms niet durven te benoemen. Dit fenomeen, ook wel cognitieve dissonantie genoemd, zorgt ervoor dat mensen wegkijken terwijl er wel degelijk zorgen zijn.

Juist hier speelt de vertrouwenspersoon een cruciale rol: als laagdrempelig aanspreekpunt voor signalen en zorgen.

Meldplicht en verantwoordelijkheid in het onderwijs

Veel onderwijsprofessionals zijn niet volledig op de hoogte van de meld-, overleg- en aangifteplicht.

Deze verplicht medewerkers om vermoedens van seksuele misdrijven te melden bij het bestuur, dat vervolgens contact moet opnemen met de vertrouwensinspecteur.

👉 Lees hier meer over de meldplicht

In de praktijk blijkt dat deze verplichting niet altijd wordt nageleefd. Het bespreekbaar maken van sociale veiligheid blijft daarom essentieel.

Sociale veiligheid begint bij cultuur

Een veilige meldcultuur ontstaat niet vanzelf. Het vraagt om:

  • Open gesprekken binnen teams
  • Structurele aandacht voor sociale veiligheid
  • Een duidelijke rol voor de vertrouwenspersoon

Het regelmatig agenderen van dit onderwerp verlaagt de drempel om zorgen te delen en kan ernstige situaties voorkomen.

De Wet vrij en veilig onderwijs

De Wet vrij en veilig onderwijs moet bijdragen aan een veiligere schoolomgeving, maar roept ook vragen op.

De Raad van State heeft kritiek geuit op het wetsvoorstel, met name vanwege de mogelijke toename van regeldruk.

Hierdoor bestaat het risico dat scholen juist minder ruimte ervaren om actief met sociale veiligheid bezig te zijn.

Daarnaast is er nog veel onduidelijkheid over de uiteindelijke invulling en ingangsdatum van de wet.

Wat betekent dit voor scholen?

Hoewel wetgeving belangrijk is, ligt de sleutel tot veiligheid in de praktijk vaak bij mensen en gedrag.

Een goed opgeleide vertrouwenspersoon kan hierin het verschil maken door:

  • Signalen vroegtijdig op te vangen
  • Medewerkers en leerlingen te begeleiden
  • Bij te dragen aan een veilige cultuur

Specifieke opleiding voor het onderwijs

Werken als vertrouwenspersoon in het onderwijs vraagt om specifieke kennis van wetgeving, cultuur en casuïstiek.

Bekijk daarom onze opleidingen:

Conclusie

Sociale veiligheid in het onderwijs vraagt om meer dan wetgeving alleen. Het vraagt om bewustwording, openheid en professionele ondersteuning.

Een goed functionerende vertrouwenspersoon is daarbij onmisbaar.


Wil je de sociale veiligheid binnen jouw onderwijsinstelling verbeteren?
Bekijk onze opleidingen voor vertrouwenspersonen in het onderwijs en zet de volgende stap.

Voldoe aan wetgeving en zorgplicht

Sociale veiligheid is niet alleen een morele verantwoordelijkheid — het is een wettelijke plicht. Werkgevers zijn verplicht om psychosociale arbeidsbelasting actief te voorkomen en aan te pakken. Toch blijkt in de praktijk dat veel organisaties pas in beweging komen wanneer er al schade is: langdurig verzuim, klachtenprocedures of reputatierisico’s die ineens zichtbaar worden.

Wat vaak wordt onderschat, is hoe snel een organisatie juridisch kwetsbaar kan worden wanneer medewerkers zich structureel onveilig voelen. Niet handelen is óók een besluit — en kan grote gevolgen hebben.

Een externe vertrouwenspersoon helpt organisaties aantoonbaar invulling te geven aan hun zorgplicht. Niet alleen door opvang en begeleiding, maar door het zichtbaar maken van risico’s voordat ze escaleren. Dit geeft werkgevers de mogelijkheid om preventief te handelen in plaats van defensief te reageren.

Organisaties die sociale veiligheid serieus verankeren, bouwen aan meer dan compliance. Ze creëren vertrouwen, stabiliteit en een cultuur waarin medewerkers zich beschermd weten. Dat vermindert risico’s, versterkt leiderschap en maakt duidelijk dat zorgplicht geen papieren verplichting is, maar actief beleid.

Een externe vertrouwenspersoon maakt die verantwoordelijkheid concreet — professioneel, onafhankelijk en aantoonbaar.


Wil je zelf bijdragen aan sociale veiligheid binnen organisaties?
Bekijk dan onze opleiding vertrouwenspersoon en leer hoe je dit professioneel aanpakt.

ue”>