Kerst 2025: zullen we even de-escaleren?

Bijna kerst. Een tijd van vriendelijke wensen, aandoenlijke commercials en hopelijk, voor ieder op de eigen manier, een periode van toenadering. Én van de kerstborrels, maar goed. De nasleep daarvan zien we als vertrouwenspersonen in januari wel weer verschijnen.

Of we in deze periode ook op het werk wat vriendelijker naar de ander kijken? In veel gevallen vast wel, maar bij één van onze opdrachtgevers moest de kerstboom blijkbaar nog worden opgezet. Dat wordt geen mooi kerstverhaal.

Een melder, een leidinggevende, neemt contact op met de vertrouwenspersoon. Nadat ze in het begin van dit jaar nog een uitstekende beoordeling had gekregen, werd ze geconfronteerd met een nieuwe collega met wie ze in het vervolg moest samenwerken. Dat bleek niet zo makkelijk te zijn: de collega zocht de samenwerking niet, negeerde de melder en ging volledig haar eigen weg. Dit is wat kort samengevat, maar er waren genoeg elementen in het verhaal die eventueel zouden kunnen duiden op pesten. De vertrouwenspersoon kon ermee aan de slag.

Dit uiteraard met het besef dat dit soort verhalen, en trouwens eigenlijk alle meldingen, ook een andere kant kennen. Het zou maar zo kunnen zijn dat de twee betrokkenen elkaar in het contact gaandeweg verloren zijn. De vertrouwenspersoon schetste de scenario’s, maar zette in op de-escalatie bestaande uit het ondersteunen van de melder bij het herstellen van het contact.

Hoewel melder aan het einde van haar Latijn was en in het contact met de vertrouwenspersoon veelvuldig huilde, bracht de vertrouwenspersoon haar toch nog in stelling om twee gesprekken te voeren. Het eerste gesprek was met de collega. In dat gesprek liep melder aan tegen een muur van ongeïnteresseerdheid en afstand. Het tweede gesprek was ook met de collega, maar werd ditmaal geleid door de bestuurder van de organisatie. Deze stelde de collega in staat de melder tot op de enkels af te zagen.

Toen vond de vertrouwenspersoon het welletjes. Zij bood aan om bij een vervolggesprek, met de bestuurder, aanwezig te zijn om melder te ondersteunen. Maar met de agenda van de vertrouwenspersoon werd geen rekening gehouden. Melder moest, zo gaf de bestuurder aan, gewoon komen. Toen melder aangaf niet te zullen verschijnen en een nieuwe afspraak te willen maken op een moment waarop de vertrouwenspersoon wel beschikbaar was, werd zij met een e-mail ‘vrijgesteld van werk’.

Alsnog werd een nieuwe afspraak voor een vervolggesprek gemaakt, en ditmaal werd wél rekening gehouden met de agenda van de vertrouwenspersoon. Maar deze schuift niet meer aan. Inmiddels heeft de melder een advocaat in de arm genomen die haar zal bijstaan.

Let wel, dit is geen kleine organisatie. Het betreft een overheidsorgaan van belang. En we brengen in herinnering dat melder nog aan het begin van het jaar goed beoordeeld is, en dat niets erop wijst dat haar functioneren sindsdien is verslechterd. Nou ja, mogelijk de laatste tijd wel, maar dan als gevolg van de verstandhouding met de collega.

En zo gaat de vertrouwenspersoon de feestdagen in. Heeft zij gefaald? Absoluut niet. Deze zaak denderde voort op het ritme van de bestuurder, er was geen grip op te krijgen.

Tijdens onze laatste opleiding stelden we aan de deelnemers de vraag of zij, in een soortgelijke casus, het gevoel zouden hebben dat zij niets hadden kunnen betekenen. Eén deelnemer, Ester, zei toen iets wijs. Ze had net zoiets meegemaakt en vond helemaal niet dat zij niets had betekend. Ze was er immers voor de melder geweest, en had alles in het werk gesteld om de melder zo goed mogelijk te ondersteunen. Melder had dat ook zo gevoeld. Ook in die casus was de escalatie compleet. Maar aan de vertrouwenspersoon had het niet gelegen en de melder keek met een dankbaar gevoel terug op de ondersteuning door de vertrouwenspersoon.

Maar wat zit nu achter het verloop van de beschreven casus, en hoe heeft het kunnen gebeuren dat dit, ogenschijnlijk volstrekt onnodig, zo heeft kunnen escaleren? Onkunde kan het niet zijn, de betrokken bestuurder is tevens een jurist en weet ook wel wat de risico’s zijn van zo’n botte manier van handelen. Hij trok, in een soortgelijke zaak, bij de rechter al eens eerder aan het kortste eind. Is het dan venijn? De zaak snel willen oplossen, en het maakt niet uit wat het kost?

We weten het niet. Wel wordt maar weer duidelijk dat het werk van vertrouwenspersonen er tegen het einde van 2025 nog niet opzit, alle aandacht voor sociale veiligheid op het werk ten spijt.

Waar staan we dan eigenlijk, aan het einde van het jaar. Eigenlijk is het werk van de vertrouwenspersoon opnieuw interessanter geworden. De nietsontziende gang van zaken in de geschetste casus is het ene uiterste. Een ander uiterste werd gevormd door een melder die enkele personen, maar in feite een hele organisatie, beschuldigde van institutioneel racisme. Het was indrukwekkend om te zien hoe alle betrokkenen, met inbegrip van de hoogste leiding van de desbetreffende organisatie, hier invoelend en reflectief mee omgingen. Met de-escalatie niet als primair doel, maar wel als gevolg.

Met zo’n verscheidenheid aan casuïstiek dringt zich steeds vaker de vraag op in hoeverre casussen zich nog verhouden tot de aloude definities van pesten, seksuele intimidatie, agressie en geweld en discriminatie. Veel meldingen zijn eigenlijk niet onder die noemer te brengen, maar reflecteren wel het sentiment binnen de maatschappij. Wat ons betreft een belangrijk sentiment, als het gaat om het kunnen en willen invoelen wat een ander ervaart.

Toch toenadering dus, wellicht. We zullen het zien in het nieuwe jaar. Met die gedachte wensen we al onze lezers fijne feestdagen toe en een gezond, mooi en interessant 2026.