2026-04 Klantcontact; genoeglijk of het hol van de leeuw?

Inhoud:

1. Klantcontact, genoeglijk of het hol van de leeuw?.

2. Seksueel misbruik van jongens, een blinde vlek.

1. Klantcontact; genoeglijk of het hol van de leeuw?

Vertrouwenspersonen hechten veel waarde aan onafhankelijkheid. Zij laten zich alleen door het bestuur of de hoogste leiding iets vertellen, hebben geheimhoudingsplicht, intern verschoningsrecht en op de factuur vermelden ze niet wie er gemeld heeft. In onze basisopleiding zit nota bene een praktijkoefening, waarbij een zéér vervelende manager van een deelnemer wil weten waarover dat meldgesprek met Jan nu eigenlijk is gegaan. Die deelnemer oefent zich in het stoïcijns aankijken en het kalm afserveren van deze manager. En in ons proefexamen van de basisopleiding is één van de antwoorden op een meerkeuzevraag: ‘De vertrouwenspersoon heeft uit principe helemaal geen contact met de OR’. Deze optie wordt verbazend vaak aangevinkt, terwijl het juiste antwoord wat ons betreft is: ‘De vertrouwenspersoon kan in contact staan met de OR’.

Die onafhankelijkheid van opdrachtgever of organisatie zit er dus diep in. En maar goed ook, want daaraan ontleent de vertrouwenspersoon bestaansrecht. Maar in het kader van ‘practice what you preach’… Houden we wel in alle gevallen vast aan dat beginsel van onafhankelijkheid? Of vallen we ook wel eens voor de verleiding van prettig contact met onze opdrachtgevers?

Geheel eendachtig en in lijn met het concept van de ‘pro-actieve vertrouwenspersoon’, iets wat wij overigens al vele jaren waren voor het bedacht werd, worden we steeds vaker uitgenodigd voor allerhande gesprekken met of bij de opdrachtgever. We zitten bij het sociaal medisch overleg (SMO), bij de commissie VGWM (Veiligheid, Gezondheid, Welzijn en Milieu), spreken jaarlijks de OR en lichten ons jaarverslag toe aan de bestuurder. En dat past prima binnen onze kerntaken ‘gevraagd en ongevraagd adviseren’ en ‘geven van voorlichting’. Preventie in plaats van enkel en alleen reageren op incidenten, dát is de nieuwe vertrouwenspersoon 2.0.

En toch wierp een nieuwe collega, die voor het eerst met ons mee was naar een SMO overleg, bij een opdrachtgever die zij sinds kort bedient, een interessante vraag op. Die bijeenkomst, waaraan ook de directeur en de manager HR deelnamen, begon al buitengewoon plezierig. We waren mooi op tijd, het zonnetje scheen uitbundig en we bevonden ons in een interessant stadsdeel. Alle reden voor een goed humeur, temeer omdat we lekkere koffie kregen. Vervolgens werd ons in een gemoedelijke sfeer uitgelegd dat de organisatie genoodzaakt was belangrijke organisatorische wijzigingen aan te brengen. De onontkoombaarheid daarvan werd benadrukt en inzichtelijk gemaakt, en de uiteenzetting eindigde met een uitspraak die we wel vaker horen: ‘daar zullen de medewerkers jullie wel over gaan bellen’. Het gesprek ging verder met een alleszins boeiende dialoog over ‘boeien en binden’, het faciliteren van medewerkers en tegemoetkomen aan hun specifieke behoeften.

Een paar dagen later memoreerde ik dit gesprek bij de nieuwe collega, die nog niet zo lang vertrouwenspersoon is maar wel gepokt en gemazeld ten aanzien van de gang van zaken binnen besturen en directies. Toen ik het gesprek ‘goed’ noemde, vond zij dat enigzins naïef van mij. Het kon immers ook een poging zijn om de vertrouwenspersonen, in een roerige tijd, in het eigen kamp te trekken en hen te overtuigen van het goede van de ingezette koers. Zodat wij medewerkers die zich over die koers beklagen, zouden uitleggen waarom zij het bij het verkeerde eind hebben.

Zo had ik dat niet bekeken en eerlijk gezegd ben ik daar bij deze opdrachtgever ook helemaal niet bang voor. Dit is een integere opdrachtgever waarmee we al jarenlang een goede en zuivere klantrelatie hebben. Maar toch: ik bedacht me dat ons toch wel regelmatig door opdrachtgevers is uitgelegd waarom de ingezette koers van de organisatie de enige juiste was, en dat eventuele tegenwerpingen van medewerkers te maken zouden hebben met… , gevolgd door negatieve kwalificaties over hun persoonlijkheid, opleidingsniveau en dergelijke. In die gevallen was de impliciete boodschap wel degelijk dat wij niet moesten aankomen met dergelijke klagende medewerkers. Want het was zojuist toch allemaal aan ons uitgelegd?

Een ander voorbeeld waarin de onafhankelijkheid in het geding kan zijn gekomen, betreft een opdrachtgever die ons vroeg de laag van leidinggevenden te trainen in het omgaan met signalen van ongewenst gedrag. Geen slecht idee, want uit de aard van de meldingen die ons vanuit deze organisatie bereikten hadden we al opgemaakt dat de leidinggevenden nogal eens handelingsverlegen waren als het om dit onderwerp ging. Dus wij daar, voor het goede doel, naar toe. De eerste sessies werden waardevol gevonden, en daarom gingen we nog een keer. En nog een derde keer. Steeds gevolgd door een heerlijke lunch, waarbij we de leidinggevenden en het management steeds beter leerden kennen.

Dit met twee tastbare effecten. Ten eerste zijn de leidinggevenden daadwerkelijk beter geëquipeerd in het omgaan met signalen. Maar ten tweede hebben we de leidinggevenden zó goed leren kennen, dat onze telefoontjes inmiddels worden beantwoord met ‘Hi, Jeanette, leuk van je te horen!’. Of hé Freek, jongen, hoe is het nu met….?’ Gezellig als er niets aan de hand is, maar stroef en ongemakkelijk wanneer wij bellen om een afspraak in te plannen, nadat medewerkers hebben aangegeven dat zij zich juist bij deze leidinggevenden onveilig voelen.

De onafhankelijkheid van de vertrouwenspersoon komt dus gemakkelijk in het geding. Geen, of uitsluitend heel vormelijk klantcontact dan maar? Dat zou ons te ver gaan. Iets van het kind met het badwater weggooien, want een goede vertrouwensband met bestuur, leidinggevenden en management kan wel degelijk werken als haarlemmerolie. Zoals het vaak is in ons werk: het is een kwestie van afwegen, de balans vinden en op voorhand nadenken over de consequenties van het ingaan op bepaalde verzoeken.

 

Meer weten over dit onderwerp? We hebben een nieuwe bij- en nascholing training! ‘Samenwerken met en adviseren van leidinggevenden’. Klik hier voor meer informatie.

2. Seksueel misbruik van jongens: een blinde vlek

Op 18 april publiceerde De Volkskrant een artikel met de titel ‘Seksueel misbruik van jongens is een blinde vlek in de maatschappij: drie mannen vertellen hun verhaal’. In dit artikel komt Iva Bicanic, oprichter van het Centrum Seksueel geweld aan het woord. Maar de hoofdrol is voor drie mannen die openhartig, gedetailleerd en daarom soms plastisch, maar juist daardoor zo indringend hun verhaal doen. Over wat hen in hun jonge jaren is overkomen.

In onze opleidingen dragen wij vaak uit dat in onze praktijk seksuele intimidatie door een vrouw, gericht tegen een man, zelden voorkomt. En dat is ook echt een ervaringsfeit, binnen onze bubbel van vertrouwenspersoon en klachtonderzoeker zijn. Maar uit wereldwijd onderzoek van The Lancet, één van de meest gerenommeerde wetenschappelijke tijdschriften, blijkt dat 15 procent van de mannen vóór hun 18de slachtoffer zijn geweest van aanranding of verkrachting.

Een must-read voor vertrouwenspersonen. Jammer dat dit soort belangrijke artikelen snel achter een betaalmuur verdwijnen. Hier toch de link: link naar artikel

Neem anders een proefabonnement, het is echt de moeite waard. Alleen al uit respect voor deze moedige mannen.

Hoe kan ik u helpen?