2025-05 Moet de vertrouwenspersoon soms zelf ‘grensoverschrijdend’ zijn?

Het is verboden het spoor te betreden als de spoorbomen dicht zijn. Maar wat als iemand in een rolstoel vaststaat op de spoorbaan? Breekt nood dan wet? Daar gaat dit artikel over: nuttige ongehoorzaamheid en het overschrijden van grenzen van beroepscodes, als dat een keer écht nodig is.

Enkele weken terug hadden wij de jaarlijkse bijeenkomst met ons team. Die samenkomsten staan vooral in het teken van gezelligheid en bijpraten, maar de rode draad wordt altijd gevormd door een bij- en nascholing. Ditmaal werd deze verzorgd door onze collega Lisette van der Lans. Een aanrader trouwens, want haar geaccrediteerde training ‘Samenwerken met en adviseren van leidinggevenden’ bleek ons tot de kern van het werk van de vertrouwenspersoon te brengen.

Op zeker moment ontstond er een discussie, of dialoog, over de grenzen van het werk van de vertrouwenspersoon. Natuurlijk ging het toen over zaken die we allemaal wel weten; de vertrouwenspersoon onderzoekt niet, is geen bemiddelaar en al helemaal geen hulpverlener. Waarheden als koeien. Interessant was de conclusie dat de vertrouwenspersoon in principe geen ‘gevraagd of ongevraagd advies’ geeft in de context van een lopende casus.

Veel grenzen dus, die her en der ook wat genuanceerd mogen worden. Natuurlijk moet de vertrouwenspersoon soms wel weten wat er nu precies is gebeurd, en het daarop doorvragen heeft al een beetje de schijn van onderzoeken. En geen bemiddelaar? We kennen allemaal het moment waarop we een melder ondersteunen tijdens een gesprek met de leidinggevende, en op zeker moment precies aanvoelen welke vraag aan die leidinggevende doorslaggevend zou kunnen zijn in het herstellen van het wederzijds begrip. Stel je die vraag dan, om de partijen dichter bij elkaar te brengen? Wij wel, maar de lezer zou dit als gewetensvraag kunnen zien.

Veel duidelijker is het feit dat we geen hulpverlener zijn. Daar zijn we niet voor opgeleid, en ook niet voor ingehuurd. In gevallen waarin een hulpverlener gezocht wordt verwijzen we door. Daar was iedereen het wel over eens.

Wij zaten naar die discussie te luisteren en herinnerden ons een traject van één van onze vertrouwenspersonen, die ook bij de bijeenkomst aanwezig was. Deze vertrouwenspersoon is ook psycholoog, en werd in de context van een melding ineens geconfronteerd met een persoon in acute ernstige psychische nood. En de vertrouwenspersoon wist precies wat je in zo’n geval onmiddellijk moet doen: het ‘systeem’ van de persoon in nood benaderen en bij de casus betrekken. En dat deed de vertrouwenspersoon. Daarmee mogelijk een tragische afloop afwendend.

Diezelfde vertrouwenspersoon stond een melder bij die als gevolg van zeer heftige seksuele intimidatie getraumatiseerd was geraakt. En ja, we weten het, daar moet de vertrouwenspersoon zelf vanaf blijven en zorgen voor een goede doorverwijzing. Maar ja. De wachtlijst van de GGZ was ellenlang, en de vertrouwenspersoon wist precies wat gedaan moest worden om de ergste nood te lenigen. Nemen we het de vertrouwenspersoon kwalijk dat hij dat dan ook maar deed?

Het voelt eigenlijk best kwetsbaar om dit te schrijven, wetende dat veel lezers vermoedelijk stellig van mening zijn dat de vertrouwenspersoon hier buiten het boekje is gegaan. En nog niet eens onterecht, want we zeiden het al, de meeste vertrouwenspersonen zijn niet opgeleid tot hulpverlener. Wanneer zij in zo’n traject verder gaan dan door de LVV is voorgeschreven, hobbyen zij in feite maar wat aan zonder professionele kaders. Met alle mogelijke gevolgen van dien. Dus inderdaad: de officiële lijn is dat je nooit buiten de kaders van je professionele referentiekader zou moeten gaan.

En toch boeide de discussie ons erg. We moesten ineens denken aan de problematiek binnen de jeugdzorg. Want feit is dat de medewerkers van de verschillende geïsoleerde instanties binnen deze sector precies weten waar hun verantwoordelijkheid ophoudt, zodat zij moeten opschalen naar een andere organisatie zonder zichzelf in het vervolg te mengen. En we weten allemaal, en de laatste weken weer eens te meer, dat het daar vaak misgaat. En, helaas, ook hier soms met een gruwelijke afloop.

Overigens is binnen die sector Jeugdzorg nu een discussie gaande, of de al dan niet in de AVG vastgelegde waarborgen ten aanzien van privacy een effectieve samenwerking tussen instanties, of zelfs binnen instanties, niet in de weg staan. En inderdaad, ook dat herkennen vertrouwenspersonen wel. Wij hanteren het credo ‘vertrouwelijk tenzij’, en in de (jeugd) hulpverlening is dat niet (erg) anders*

Elk kind en elke jongere kan gratis en anoniem bellen of chatten met de Kindertelefoon. Op de website staat hierover:

‘We weten niet wie je bent
Dat maakt het soms makkelijker om te vertellen wat je voelt. We kunnen het niet doorvertellen aan anderen, zoals jouw ouders of iemand van je school.’

En in het privacy statement staan de uitzonderingen opgesomd, die we als vertrouwenspersoon wel kennen: moord, mensenroof, terrorisme of zelf plegen van verkrachtingen. Deze nagenoeg volstrekte anonimiteit staat bij de Kindertelefoon al decennia hoog in het vaandel. En dat is ook van waarde, want inderdaad: het draagt enorm bij aan de laagdrempeligheid van deze nuttige instantie. Maar als een kind nu vijf keer belt en vertelt over ernstig misbruik of geweld in het gezin? Ook in die gevallen blijft de anonimiteit gehandhaafd. Met andere woorden: als het kind het niet wil, wordt het niet gemeld.

Grotendeels is dat terecht. Van deze vrijwilligers, waarmee de Kindertelefoon werkt, mag niet verwacht worden dat zij voldoende deskundigheid hebben om zo’n situatie goed in te schatten. Als elke vrijwilliger met hulpverlenende organisaties gaat bellen zou een ongereguleerde situatie ontstaan. En we zeiden het al, voor vertrouwenspersonen geldt dit ook. Ze missen kennis, hebben niet genoeg informatie om iets goed te kunnen inschatten, en zijn zoals gezegd geen hulpverleners.

Waarvoor breken wij hier nu eigenlijk een lans? Niet voor het loslaten van alle protocollen, grenzen, privacyregels en functieomschrijvingen. Maar wellicht wel voor het durven maken van een afweging; als iets zeer ernstig klinkt, en je kunt er mogelijk voor zorgen dat er ingegrepen wordt, overweeg dan of je de grens opzoekt. Of zelfs misschien een klein stukje buiten je rol wil stappen, ook als het ‘protocol doorbreken vertrouwelijkheid’ niet helemaal voorziet.

We pretenderen niet dat we weten hoe de problematiek binnen de jeugdzorg moet worden opgelost. Integendeel; het is soms op het stuitende af hoe deskundologen op LinkedIn zeer schokkende casuïstiek gebruiken om hun eigen, al dan niet zelfverklaarde, kennis te etaleren.

Wél zeggen we dat deze soort van ‘grensoverschrijdend gedrag’, dat wil zeggen het ingrijpen in zeer ernstige situaties, ook als dat niet precies in de functieomschrijving van de vertrouwenspersoon staat, bij ons is toegestaan. Liefst na sparren met een collega of met ons. Maar, als er geen tijd is, desnoods maar onmiddellijk.

 

*Bron: Erasmus University Rotterdam, artikel Martin Buijsen 10 mei 2023 (https://www.eur.nl/nieuws/het-doorbreken-van-geheimhoudingsplicht-mag-dat-wel)

Hoe kan ik u helpen?